vrijdag, januari 05, 2007

Eenheid, Integriteit & Trouw - John Stott

Het vorige boek van John Stott dat ik besprak stond wat mij betreft al op eenzame hoogte, maar waarschijnlijk is Eenheid, integriteit, trouw het beste boek dat ik ooit heb gelezen. En waarom? Omdat Stott in staat blijkt in korte alinea’s diepe waarheden over de Bijbel, het evangelische gedachtegoed en de discussies tussen denominaties weer te geven. En daarmee heeft dit boek het karakter dat er alles instaat wat je ooit wilde weten over de Bijbelse kernthema’s die aan de basis van ons geloof staan. Wie dit boek uitheeft duizelt het van zoveel systematisch onderricht. Maar het is een boek wat je steeds weer zult pakken om opnieuw te scherp te krijgen hoe je leerstellige fundament eruit ziet. Stott heeft zijn geestelijke testament willen schrijven en dat heeft hij virtuoos gedaan!

Misschien overdrijf ik een beetje. Maar ik zal proberen het belangrijkste van dit boek hieronder samen te vatten. Alles draait daarbij om de drie-eenheid van God de Vader, Jezus de Zoon en de Heilige Geest. Die drie-eenheid blijkt in tal van thema’s terug te komen. Na een uiteenzetting over de evangelische beginselen gaat hij in op de openbaring van God, het kruis van Christus en de bediening van de Heilige Geest. Afsluitend wordt de uitdaging van het evangelische geloof volgens Stott samengevat. Stott geeft zelf aan dat zijn behoefte om dit boek te schrijven voortkomt uit het feit dat de evangelische beweging weliswaar groeit, maar niet in samenhang. Daarom gaat hij op zoek naar wat evangelischen verenigt, een evangelische identiteit dus. Hij wil een stevige trinitaire basis leggen voor het evangelische geloof en dan de vijf punten over bekering, evangelisatie, gemeenschap, opwekking en heiligheid daaraan toevoegen.

Inleiding: Evangelische beginselen
Bij het beschrijven van evangelische beginselen gaat Stott eerst in op wat evangelisch geloof niet is, omdat om één of andere reden de benaming “evangelisch” veel weerstand oproept:
  • Het is geen recente innovatie. Het is oorspronkelijk, apostolisch, nieuwtestamentisch christendom. Evangelischen brengen dan ook geen nieuwe leerstellingen in de kerk, maar leren het aloude christendom.
  • Het is geen afwijking van de christelijke orthodoxie. Het is middenstroom christendom. Evangelischen onderschrijven de Apostolische Geloofsbelijdenis, maar ook die van Nicea. Als evangelischen in de historie worden alle christelijke leiders beschouwd die ultiem gezag toekenden aan de Schrift en verlossing alleen toekennen aan de gekruisigde Christus. Wesley, Whitefield, Wycliffe, Simeon, Wilberforce, Ryle, Finney, Moody en Hodge horen daarbij. En misschien zelfs Augustinus.
  • Het is geen synoniem voor fundamentalisme. Dat was het in aanvang wel, omdat het betrekking had op mensen die de fundamenten van het christelijk geloof onderschreven. Tegenwoordig heeft fundamentalisme een aantal obscure trekjes, zich onder meer uitend in wantrouwen tegen geleerdheid (terwijl evangelischen erkennen God ons verstand heeft gegeven en dat we Hem eren als we door wetenschap of door de Schrift nadenken), het beschouwen van de Bijbelse inspiratie als mechanisch (terwijl evangelischen het dubbele auteurschap van Schrift benadrukken: de goddelijke auteur sprak door menselijke auteurs heen), het terugtrekken uit elke gemeenschap die niet tot in detail instemt met hun leerstellige positie (terwijl evangelischen geloven dat volmaakte zuiverheid in deze wereld niet bereikbaar is) en het dogmatiseren van de toekomst, waaronder het zich verliezen in details en het omhelzen van een christelijk zionisme (terwijl evangelischen de persoonlijke, zegevierende terugkeer van Jezus Christus verwachten met een agnostische standpunt over verschillende details).
De vraag wat het evangelische geloof dan wel is begint met het weergeven van de variëteit van de evangelische beweging. Je zou die in zessen kunnen verdelen:
  1. Nieuwe evangelicalen (zonder wetenschapsfobie, strevend naar samenwerking)
  2. Strikte fundamentalisten (polemisch en compromisloos in hun separatisme)
  3. Belijdende evangelicalen (waarde hechtend aan de belijdenis en met verwerping van de hedendaagse leerstellige dwaling)
  4. Pinksterbeweging en de charismatischen (benadrukken werk van de Heilige Geest)
  5. Radicale evangelicalen (met een sociopolitieke toewijding, strevend naar vereniging van evangelisch getuigenis en sociale actie)
  6. Oecumenische evangelicalen (die een kritische deelname aan de oecumenische beweging ontwikkelen)
Maar waarin zit dan de leerstellige overlap tussen deze groepen? Verschillende schrijvers hebben zich daarover gebogen (Packer, Bebbington) waarbij elementen als bekering, activisme, biblicisme, gemeenschap etc. naar voren komen. Toch zit daar vaak een vermenging in van goddelijke en menselijke activiteit (de majesteit van Jezus Christus – de noodzaak van evangelisatie), waarbij de menselijke aspecten de uitwerking van het goddelijke zijn.

Stott stelt voor de evangelische prioriteiten te beperken tot drie: het openbarende initiatief van God de Vader, het verlossende werk van God de Zoon en de transformerende bediening van God de Heilige Geest. In feite kan je beginnen bij het evangelie, die zowel onze theologie (evangelicalisme), onze activiteit (evangelisatie) betekenis geeft. Hij noemt dit het trinitaire evangelie, dat zich aan de hand van drie fundamentele uitgangspunten laat omschrijven.
  • Het evangelie is de openbaring van God. Het is geen menselijke wijsheid of wijsheid van de wereld, maar Gods wijsheid (1 Korintiërs 1: 17, 20, 24 en 2:7). Het is de geopenbaarde waarde, het goede nieuws van God de Vader voor de wereld.
  • Het evangelie is Gods wijsheid en kracht in Jezus Christus, de gekruisigde, hoewel het voor de wereld dwaasheid en zwakheid is. Het evangelie van het kruis is een struikelblok voor moreel zelfgerechtvaardigden. Het vernedert ijdelheid en veroordeelt afgoderij. Het evangelie is…
    • Christologisch: het gaat om Christus die voor onze zonden is gestorven, en Hij is opgewekt uit de dood. Het evangelie wordt niet verkondigd als Christus niet verkondigd wordt.
    • Bijbels: het gaat om de Bijbelse Christus, de dood en de opstanding worden bewezen door de profeten en de apostelen, het Oude en Nieuwe Testament.
    • Historisch: de dood van Jezus, zijn begrafenis en opstanding waren realiteit en een dateerbare historische gebeurtenis.
    • Theologisch: de gebeurtenissen hadden ook een reddende betekenis. Hij stief niet alleen, hij stierf voor onze zonden. Hij stierf onze dood en droeg onze straf.
    • Apostolisch: het is een wezenlijk onderdeel van de authentieke boodschap ontvangen en doorgegeven door de apostelen.
    • Persoonlijk: de dood en wederopstanding van Jezus zijn niet alleen geschiedenis en theologie, maar de weg tot individuele redding.
  • Het evangelie wordt effectief door de Heilige Geest. Als Geest van de Waarheid brengt Hij mensen tot geloof in Christus, dankzij het bewijs (menselijke redenering, apologetiek) wanneer Hij hun ogen opent.
Kortom: het evangelie komt van God, draait om Christus en wordt bevestigd door de Heilige Geest. Voor de eerste twee elementen geldt dat zij “voor eens en voor altijd” zijn (in het Grieks: hapax): de voleindiging van Gods openbaring in Christus en van Gods verlossing. Er hoeft niets aan toegevoegd te worden en er kan geen waarheid geopenbaard worden die hier boven uitstijgt. Als het gaat om de bediening van de Heilige Geest dan is deze eveneens voor eens en voor altijd gegeven, maar tegelijkertijd voortdurend en actueel (in het Grieks: mallon). De Heilige Geest is constant en in groeiende mate bezig Christus te tonen en vorm te geven. Christenen moeten constant groeien. Onze rechtvaardiging is voor eens en altijd, onze heiliging moet meer en meer groeien. Het wezen van het evangelicalisme is de combinatie van hapax en mallon: God heeft ons niets meer te geven dan Hij heeft gedaan, maar wij zijn in staat dat meer en meer te begrijpen en toe te eigenen.
Evangelische christenen leggen de nadruk op het Woord, het kruis en de Geest. Aan elk van deze drie wijdt Stott vervolgens een apart hoofdstuk.

Hoofdstuk 1: De openbaring van God
Waarom kennen evangelische christenen gezag toe aan de Schrift, en wat zijn de consequenties hiervan? Om dit te begrijpen is het nodig de woorden “openbaring”, “inspiratie” en “gezag” te onderzoeken.

Allereerst openbaring: evangelische christenen erkennen de redelijkheid van openbaring. Door de kenmerken van God – zijn oneindigheid en heiligheid – kunnen eindige en zondige mensen hem niet ontdekken door eigen onderzoek. We kunnen Hem niet kennen, tenzij Hij het initiatief neemt Zichzelf bekend te maken. En dat heeft Hij gedaan. De Schrift noemt vier soorten openbaring:
  1. Algemene of natuurlijke openbaring. Deze openbaring is beschikbaar voor de totaliteit van de mensheid. Zij vindt plaats door de natuur, door de geschapen orde. De geschapen wereld is een ontsluiting van de onzichtbare God (Psalm 19: 1-6, Jesaja 6:3, Romeinen 1:19-20). Maar deze openbaring is niet genoeg. We zien Gods majesteit en schoonheid in de scheppingsorde, maar niet zijn genade. Deze openbaring is oordelend omdat ze onze zondigheid laat zien.
  2. Bijzondere of bovennatuurlijke openbaring. Deze openbaring is bijzonder omdat ze voor bepaalde mensen in een bepaalde context is, maar ook omdat ze bovennatuurlijk is (de inspiratie van de Schrift, de vleeswording van de Zoon). De openbaring is ook eindig (voltooid in Christus) en verlossend (voor wie het aanvaardt). Bij deze wonderlijke openbaring is de combinatie van inspiratie en incarnatie essentieel. De climax van Gods openbaring was zijn Zoon, het vleesgeworden Woord (Hebreeën 1:2a). Wij kunnen hem kennen door de Schrift. De Schrift heeft Hem vastgelegd om Hem aan alle mensen van alle tijden te kunnen voorstellen. Gebeurtenis en getuigenis gaan dus samen en zo heeft God het ook bedoeld. Het is vaak een combinatie van daad en woord: er waren veel volksverhuizingen, maar déze uit Egypte was bijzonder. Er waren veel kruisigingen, maar déze was het keerpunt van de geschiedenis.
  3. Voortschrijdende openbaring. Goddelijke openbaring betekent niet dat God alles tegelijkertijd duidelijk maakte aan zijn volk. Hij deed dat geleidelijk. En zo wordt toegewerkt naar een zichzelf versterkende boodschap. De offers in het oude testament leerden dat er verzoening gedaan wordt door bloedvergieten. Maar pas bij het offer van Christus kwam deze waarheid werkelijk tot uitdrukking.
  4. Persoonlijke openbaring. Als we God willen leren kennen zijn zowel openbaring (een objectieve gebeurtenis: de onthulling van Gods heerlijkheid door de Heilige Geest) als verlichting (een subjectieve gebeurtenis, waardoor je zelf ziet wat werd geopenbaard). Het is alsof een aan een geblinddoekt iemand een schilderij onthuld wordt: eerst moet de bedekking van het schilderij af (openbaring) zodat iedereen het kan zien. Maar bij de betrokkene zelf moet ook de blinddoek af. Evangelische christenen benadrukken dat zonder openbaring kennis van God onmogelijk is. Ook benadrukken evangelischen dat de openbaring waar is, een absolute waarheid. Daarom kunnen evangelischen zich niet verenigen met het modernisme en de Verlichting (die de openbaring door rede verving), noch met het postmodernisme (die een vijand is van absolute waarheden).
Inspiratie is het volgende belangrijke begrip. Inspiratie geeft aan hoe God zich openbaarde bij bijzondere openbaring, namelijk door menselijke auteurs. De Bijbel kent een dubbel auteurschap (goddelijk en menselijk): het is het Woord van God door de woorden van mensen heen. Evangelischen wijzen zowel een fundamentalistische opvatting (menselijke auteurs zijn passief: dicteerapparaten) als een vrijzinnige opvatting (de Bijbel is mensenwerk met hier en daar een flits goddelijke inspiratie) af, vooral omdat de Bijbel er duidelijk over is. Op verschillende plekken wordt de ene keer het auteurschap van God en de andere keer het auteurschap van de schrijvers benadrukt (Handelingen 3:21, Jeremia 1:1-9, 2 Petrus 1:21, Jesaja 1:20).
De Bijbel is het Woord van God, zoals geformuleerd in 2 Timotheüs 3:16, ‘ingeblazen’ door de Heilige Geest. Dat inblazen beschrijft echter het resultaat, niet het proces. Want in het proces zijn mensen niet willoos en passief. Daarom is de Bijbel ook woord van mensen. Dat menselijke acteurs actief waren blijkt uit drie kenmerken van de Schrift:
  1. Historische vertelling. Ongeveer de helft van de Bijbel bestaat uit vertelling (Jozua, Koningen, Kronieken, Handelingen, de Evangeliën, etc.). De auteurs hoefden hiervoor niet geïnspireerd te worden; zij deden onderzoek (Lucas 1:1-4) of citeerden stukken (Ezra 1). Men was niet passief. Supervisie van de Heilige Geest bleef nodig, maar eigen onderzoek ook.
  2. Literaire stijl. Een mechanisch proces (dicterende Heilige Geest) leidt tot uniformiteit. De Bijbel is het tegenovergestelde van uniforme stijl. Er is verschil in genre (wet, poëzie, verhaal), stijl (elegant, populair) en taal (inclusief eigen woordkeus).
  3. Theologisch accent. Elke auteur legde eigen accenten, daarom is Amos de profeet van Gods gerechtigheid, Hosea die van Gods liefde en Jesaja van zijn soevereiniteit. Paulus was de apostel van geloof en genade, Jacobus van werken en Petrus van hoop. De Heilige Geest modelleerde de auteurs en gebruikte hun persoonlijkheid, zodat door elk van hen een onderscheiden en toepasselijke boodschap gecommuniceerd kon worden.
    God heeft dus zo gesproken door de auteurs, dat Hij kon bepalen wat Hij wilde zeggen, zonder de persoonlijkheid van de auteurs geweld aan te doen. De auteurs konden vrijelijk gebruik maken van hun capaciteiten en talenten, maar zonder dat zij de Goddelijke boodschap konden verdraaien.
Een dubbel auteurschap vraagt om een dubbele benadering. Het vereist dat het enerzijds gehoorzaam en eerbiedig gelezen wordt en anderzijds met een kritische geesteshouding. Kritisch wordt hier bedoeld als een houding van onderzoek en beoordeling, niet een houding van afwijzing. Zo is er tekstkritiek (op zoek naar de authentieke tekst), historische kritiek (het historische element in de tekst), etc. Van belang zijn de vooronderstellingen waarmee de Schrift wordt benaderd: zijn die sceptisch en sluiten ze geloof uit, of niet? De eerbiedige houding leidt ertoe dat de lezer luistert naar het woord, zoals Maria (Lucas 10:39) of Samuël (1 Samuël 3:10), en dat de lezer toestaat dat het Woord de lezer onderzoekt, in plaats van andersom. Eerbied en kritiek moeten samengaan, zoals bij Daniël (Daniël 10:12) en Timotheüs (2 Timotheüs 2:7).

Het derde begrip is gezag. Openbaring is het initiatief van God om zichzelf bekend te maken en inspiratie geeft het proces aan dat hij gebruikt. Gezag is het resultaat: omdat de Schrift de openbaring van God is door inspiratie van de Geest, heeft het gezag over ons. Het gezag in de wereld staat de laatste jaren onder druk en gaat gepaard met afnemend gezag in de kerk. Het hele Nieuwe Testament gaat er echter van uit dat de kerk onder gezag staat van de opgestane Heer Jezus Christus. De vraag is hoe dat gezag wordt uitgeoefend. Evangelischen stellen dat het niet gebeurt door het leergezag van Paus en bisschoppen (magisterium) zoals katholieken zeggen, niet door rede en geleerde opinie (zoals vrijzinnigen zeggen), niet door ervaring (zoal charismatischen benadrukken) en niet door traditie (zoals bij Anglicanen een rol speelt). Evangelischen benadrukken dat het alleen door de Schrift gebeurt. Traditie is belangrijk, want de bediening van de Geest begint niet vandaag en er is veel te leren uit de traditie. Rede is belangrijk, want God heeft ons rationeel gemaakt. Ervaring is ook belangrijk, want mensen kennen emoties. Maar rede en ervaring oordelen de Schrift niet. Elke groep eist op dat de Geest van de waarheid hen leidt naar de volle waarheid (Johannes 16:12-13). Maar deze tekst richt zich op de apostelen, niet op de mensen van vandaag. Het is de belofte dat Jezus na zijn hemelvaart alles zou bekendmaken en die belofte werd vervult tijdens het schrijven van het Nieuwe Testament. En tijdens zijn leven op aarde onderschreef Jezus herhaaldelijk aan het Oude Testament, daarmee het gezag van het Woord benadrukkend.

Uitgaande van dit gezag van de Schrift, benadrukken Evangelischen nog drie punten:
  • De doorzichtigheid van de Schrift. De essentie van de Bijbelse boodschap is eenvoudig genoeg om door ongeletterde mensen begrepen te worden. Dat wil overigens niet zeggen dat de hele Bijbel eenvoudig te begrijpen is (vond zelfs Petrus, zie 2 Petrus 3:16).
  • De genoegzaamheid van de Schrift. De Schrift is genoeg voor verlossing. Dat wil niet zeggen dat mensen niets anders hoeven te lezen en zich niet hoeven te ontwikkelen. Maar voor verlossing is slechts één boek nodig. Het betekent ook dat aanvulling daarop niet mogelijk is – ook niet door hedendaagse profeten en apostelen, die het gezag missen van de Bijbelse apostelen en profeten.
  • De onfeilbaarheid van de Schrift, waarmee bedoeld wordt de totale betrouwbaarheid als gevolg van volledige waarheidsgetrouwheid. Het gaat daarbij niet om de vraag of er al dan niet fouten in de Bijbel staan en of daar een antwoord op bestaat, maar om de onderwerping aan de Schrift, aan wat de Bijbel nu leert en aan de verlichting die ons later wordt geschonken.
    Wanneer op deze wijze wordt gesproken over de Schrift, wordt gedoeld op het verlenen van gezag aan de oorspronkelijke tekst, niet aan een bepaalde tekst of vertaling. Daarom is tekstkritiek en onderzoek naar de oorspronkelijke tekst zo belangrijk. Verder gaat het om de Schrift als correct geïnterpreteerd, waarbij de bedoeling van de auteur dominant is. Daarom is hermeneutiek zo belangrijk. Het is de plicht van gelovigen steeds naar de Bijbelse tekst terug te keren en alle interpretaties te herzien. Het is duidelijk dat ons gebruik van de Bijbel (dagelijkse studie, gemeenschappelijk gebed, Bijbelse prediking) in overeenstemming met onze visie erop moet zijn.
Hoofdstuk 2: het kruis van Christus
Aan de basis van dit hoofdstuk staat de stelling van Paulus uit Galaten 6:14 “Ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld.” Zij die Christus volgen moeten geobsedeerd zijn door Christus en zijn Kruis. Tijdens zijn bediening wees Christus al vooruit naar zijn lijden en zijn dood. De dood staat centraal – maar kan nooit los worden gezien van zijn unieke opstanding en zijn unieke geboorte. Want de centrale waarheid van het evangelie is dat door het vergieten van zijn bloed, door zijn opofferende en gewelddadige dood aan het kruis, Jezus met onze zonde afrekende en onze verlossing verkreeg. Er zijn verschillende redenen waarom christenen zich op het kruis beroemen:
  • Het is de enige weg tot acceptatie door God. Want het besef van menselijke zondigheid en van de heiligheid van God (en de onverenigbaarheid van die twee) is een essentieel evangelisch kenmerk. De zonde heeft de gehele natuur van de mens verdorven en geïnfecteerd met eigengereidheid en eigenliefde. Het goddelijk beeld in ons is geschonden. Dat is geen oproep tot minderwaardigheidsgevoelens of een schuldobsessie, het is een vaststelling van de realiteit. Evangelischen wijzen verlossing langs de weg van herwonnen gevoel van eigenwaarde af, schuldgevoel voor objectief fout handelen moet erkend en beleden worden. onze gevallen natuur is verwrongen, zelfingenomen en zelfgeobsedeerd, we rebelleren tegen God en willen Hem gelijk zijn. De mens wil autonoom zijn. De mens kan op geen enkele manier aanvaarding winnen bij God. De mens is een zondaar, valt onder het oordeel van God, kan zichzelf niet verlossen en heeft als enige hoop het kruis. De enige reden om de zegen te beërven is doordat Christus de vloek heeft gedragen (Galaten 3:6-14), nog toen wij zondaars waren (Romeinen 5:6-10). Het initiatief ging uit van God, uit liefde voor de mens. Het christelijk leven gaat verder waar het begint, aan de voet van het kruis. Het Avondmaal brengt ons daar steeds bij terug. Wie dit alles ontkent is een vijand van het kruis van Christus (Filemon 3:18).
    Rechtvaardiging door geloof is de rijkste betekenis van het kruis, het is de essentie van Gods verlossende genade. Rechtvaardiging kent eigenlijk vijf aspecten. De eerste is haar bron: het is Gods genade, Zijn onverdiende liefde. Genade is gratis (Romeinen 3:24). De tweede is haar grond: het offer van Christus. Wij zijn gerechtvaardigd omdat Jezus werd veroordeeld (Romeinen 8:1-3). Ten derde haar omgeving: we zijn alleen gerechtvaardigd wanneer we met Christus verbonden zijn en deel van zijn nieuwe gemeenschap (Galaten 2:17). Ten vierde haar middel: rechtvaardiging komt door geloof alleen. Geloof heeft als functie te ontvangen wat genade gratis aanbiedt. De gelovige wordt gerechtvaardigd om de waardigheid van wie geloofd wordt, niet vanwege de waardigheid van het geloof. Ten vijfde haar vrucht: we zijn gered om goede werken te doen (Efeziërs 2:8-10). Rechtvaardiging is niet door daden, maar tot daden. Door rechtvaardiging wordt de zondaar rechtvaardig verklaard. God heiligt zondaars door wedergeboorte en de inwoning van de Heilige Geest. Heiliging begint dar direct na en zal pas compleet zijn wanneer Christus verschijnt. Al die tijd is de rechtvaardiging echter al wel compleet geweest.
  • Het is onze dagelijkse discipelschap. Het kruis is de weg van heiligheid, maar ook de weg van vergeving. Christus stierf ook als onze vertegenwoordiger, zodat wij met Hem stierven toen Hij stierf. Hij roept ons dan ook op ons kruis te dragen en Hem te volgen. De enige weg tot zelfontdekking is zelfverloochening en de enige weg om te leven is te sterven aan onze zelfgerichtheid. Christen worden verg een radicale verandering, die wordt uitgebeeld door dood en wederopstanding: sterven aan het oude leven en opstaan tot een nieuw leven van zelfopoffering en zelfbeheersing.
  • Het is onze missie en boodschap. De boodschap voor de wereld is de fantastische waarheid van een God die van ons houdt en die Zichzelf voor ons gaf in Christus aan het kruis. De christelijke kerk is geroepen die boodschap uit te dragen. William Temple zei: “Alles komt van God. Het enige van mijzelf wat ik kan bijdragen aan mijn eigen verlossing is de zonde waarvan ik verlost moet worden.” Het is een waarheid die mensen niet willen horen, omdat mensen willen horen dat ze aardige mensen zijn die door eigen inspanning verlossing kunnen krijgen. Als we trouw zijn zullen we impopulair zijn. Uiteindelijk kunnen we nergens op pochen, maar alleen roemen in het kruis alleen.

Hoofdstuk 3: De bediening van de Heilige Geest
Zoals eerder uitgelegd behoren het woord en het kruis tot de categorie van de hapax (eens voor altijd) en de Geest tot het mallon (meer en meer). De Heilige Geest stelt ons in staat steeds voller binnen te gaan in wat God heeft gezegd en gedaan in Christus.
Er is door de opkomst van pinksterkerken en de charismatische beweging veel meningsverschil over het werk van de Heilige Geest geweest. Er is veel groei zichtbaar geweest, maar de vrees is dat het groei zonder diepgang is. Evangelisch en charismatisch zijn niet synoniem, maar Stott gaat op zoek naar wat hen verenigt. De Heilige Geest is de derde persoon van de drie-eenheid, Hij is God en daarom de aanbidding waardig. De bediening van de Geest is onontbeerlijk, want geen aspect van ons christelijk geloof, leven, aanbidding, dienst of zending is mogelijk zonder Hem.
Binnen de Drie-eenheid verkeren de drie personen op voet van gelijkheid, maar zij hebben verschillende rollen: de heilige Geest eerst de Vader en de Zoon (Johannes 16:14-15). Iedere beweging die de steun van de Heilige Geest opeist, zal momenten laten blijken de Heer Jezus Christus te eren en de aandacht op Hem te vestigen.
Elke fase van christelijk discipelschap is onmogelijk zonder de werking van de Heilige Geest.
  • De christelijke start, die wordt gekenmerkt door wedergeboorte. Bekering is het je afkeren van zonde (berouw) en het keren tot God (geloof). Wedergeboorte is een werk van God, het is een geboorte uit de Geest (Johannes 3:5-8). Wedergeboorte is echter geen bekering en het is ook niet gelijk te stellen met de doop. E doop is een teken van wedergeboorte, maar wedergeboorte is een diepe, innerlijke, radicale verandering, bewerkt door de heilige Geest waardoor we een nieuw leven ontvangen. De doop werkt niet automatisch uit waar hij voor staat, het moet gepaard gaan met geloof. Wedergeboorte is onontbeerlijk wanneer we ooit Gods Koninkrijk willen binnengaan.
  • De christelijke verzekering. Geboorte uit de Geest wordt gevolgd door leven in de Geest. De Heilige Geest heeft ervoor gezorgd dat de aanwezigheid van Jezus geüniversaliseerd werd (niet aan plaats gebonden) en geïnternaliseerd werd (zodat Hij ons van binnenuit kan veranderen: zijn Geest woont in ons hart (Efeziërs 3:16-17) en ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest (1 Korintiërs 6:19). De inwoning van de Heilige Geest is het belangrijkste onderscheidende kenmerk van Godsmensen. En daardoor zijn we ervan verzekerd dat we bij God horen – waarbij evangelischen moeten oppassen voor al te veel triomfantalisme. Christelijke verzekering berust allereerst op het kruis en daaraan wordt het getuigenis van de Heilige Geest toegevoegd (Romeinen 5:5, 8:15-16). Wel is er debat tussen evangelischen en charismatischen over de doop in de Geest. Maar overeenstemming is er over het gegeven dat alle christenen de Heilige Geest ontvangen hebben, dat de nadruk ligt op verbondenheid met wedergeboorte, dat het proces van heiliging hierop volgt en dat tijdens dit proces rijkere, diepere en vollere ervaringen van de Geest verleend kunnen worden. Dat is als een frisse verzekering, of een nieuwere ervaring, van de liefde van God.
  • De christelijke heiligheid. Eén van de hoofddoelen van de inwoning van de Heilige Geest is het heiligen van het volk van God. Die belofte stamt al uit het Oude Testament (Ezechiël 36:27 en Jeremia 31:33). Zonder Heilige Geest is heiligheid niet mogelijk. Het heeft te maken met het sterven aan jezelf en het leven door de Geest. Dat gebeurt door het onderkennen van de wil van God met ons verstand, het onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, het vurig verlangen naar Gods weg met ons hart, het besluiten Gods wil te volgen en vervolgens tot het doen. In het Engels: discern, distinguish, desire, determine en do, 5xD dus. Evangelischen hebben altijd gezocht naar heiligheid, die een vrucht van de Geest is. Er is een vast doel in het leven, maar zondeloze volmaakt is niet mogelijk in dit leven. Tot op het laatst zullen christenen zondaars zijn die wandelen met God. Volmaakte zondeloosheid bestaat niet in dit leven.
  • De christelijke gemeenschap. Sinds de reformatie ligt de nadruk op het priesterschap van alle gelovigen en het recht op eigen mening, waardoor evangelischen nogal eens individualistisch geworden zijn. Maar bij Pinksteren werd het volk van God het Geestvervulde lichaam van Christus. Die gemeenschappelijke deelname (koinonia) in Hem maakt ons tot de kerk. Evangelischen accepteren het verschil tussen de zichtbare en onzichtbare kerk. God laat mensen toe tot zijn ware (onzichtbare) kerk wanneer zij het geloof in Christus beoefenen. Maar Hij delegeert aan voorgangers de verantwoordelijkheid om mensen door de doop toe te laten tot de zichtbare kerk en zij doen dat op basis van het belijden van geloof. Kerklidmaatschap is geen garantie tot verlossing.
    Evangelischen beschouwen de zuiverheid van de kerk (leerstellig en ethisch) als door God ingesteld doel. Het is de vraag naar tucht en of de kerk alomvattend is of grenzen stelt. Belangrijk is dat de kerk de grondslagen van het geloof moet vasthouden en tegelijkertijd ruimte laat voor verschillen van mening en interpretatie in secundaire zaken.
    De Heilige Geest rust de kerk toe voor zijn bediening door de voorziening van pastorale zorg door leiders, door bediening van alle leden van het lichaam van Christus en door het geven van gaven. Deze gaven liggen misschien niet allemaal eenduidig vast, maar het criterium wel: de mate waarin zij de kerk opbouwen.
  • De christelijke zendingsopdracht. Evangelisatie hangt nauw samen met evangelicalisme. De Heilige Geest is de hoofdevangelist, Pinksteren was in feite een zendingsevenement. Jezus benoemde dat in Johannes 7:37-29, toen hij over stromen van levend water sprak. Waar de Geest is, stroomt Hij naar buiten. Waar niets stroomt is geen Geest. Een Geestvervulde kerk kenmerkt zich door het meeleven met de plaatselijke gemeenschap en met toewijding aan wereldwijde zending. Evangelisatie kan goed samengaan met sociale actie: sociale actie kan een brug zijn voor evangelisatie, maar ook een gevolg ervan (omdat bekeerlingen dienstbaar worden). Verder is de vraag naar de plek van wonderen actueel. Wonderen zijn actueel, maar het zijn nog steeds wonderen, dus moeten ze abnormaal zijn en niet normaal. Abnormaal wil zeggen afwijkend van Gods normale optreden, want Hij is de God van het natuurlijke, niet van het bovennatuurlijke. Wonderen kunnen nooit onderdeel zijn van het normale christelijke leven, ze zijn dan ook niet opeisbaar. Bovendien komen ze in de Bijbel vaak voor in tijden van openbaring, wonderen verleenden die fase een bepaalde authenticiteit.
    Evangelischen verlangen sterk naar opwekking. Opwekking is een bovennatuurlijk bezoek van de soevereine Geest van God, waardoor een hele gemeenschap zich bewust wordt en versteld staat van zijn aanwezigheid. Onbekeerden worden overtuigd van zonde, afhakers worden hersteld.
  • De christelijke hoop. Vanuit het Oude Testament werd de uitstorting van de Geest verwacht als bepalende zegening van het Messiaanse tijdperk. De uiteindelijke vervulling van de hoop moest echter daarna komen. De gave van de Geest is dus zowel de vervulling van de belofte, als de belofte van de vervulling. Dit dubbele perspectief maakt de Bijbel duidelijk door de metafoor van de eerste vrucht en de totale oogst (Romeinen 8:23), het onderpand en de hele erfenis (2 Korintiërs 1:22, Efeziërs 1:14), de Geest is dus de gave en de belofte. We leven tussen de eerste en tweede komst van Christus en de Heilige Geest overbrugt de kloof tussen het “reeds” en het “nog niet”. Veel geschillen tussen gelovigen lijken te maken hebben met de moeite de balans tussen het “reeds” en het “nog niet”. Sommigen zijn zo gericht op de toekomstige heerlijkheid en de Geest dat zij het “zuchten” (Romeinen 8:23) niet kennen. Anderen “zuchten” zozeer, dat zij vergeten dat ze al een voorproefje van de Geest hebben gekregen.
In dit hoofdstuk wijst Stott veel verschillen aan tussen christenen, maar ook veel overeenkomsten. We erkennen allemaal dat de wedergeboorte een geboorte uit de Geest is, dat de christelijke verzekering te danken is aan het innerlijk getuigenis van de Geest, dat heiligheid een vrucht van de Geest is, dat de kerk de gemeenschap van de Geest is, dat de christelijke zendingsopdracht haar stimulans dankt aan de Geest en dat de christelijke hoop ontstoken is door de gave van de Geest die de eerste termijn van onze uiteindelijke erfenis is.

Conclusie: de uitdaging van het evangelische geloof
Nadat Stott zich heeft toegespitst op het Woord, het kruis en de Geest als drie essentiële evangelische accenten, komt hij tot een conclusie. Want het evangelisch geloof is meer dan alleen ‘geloven’, het strekt zich uit tot je gedrag, het is een uitdaging om naar te leven. Paulus zegt (Filippenzen 1:27-30): “Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus”. In deze passage doet Paulus een vijfvoudige oproep:
  1. Integriteit: de roep om een leven te leiden dat het evangelie waardig is. Ons gedrag moet gelijke tred houden met onze roep en bekering. Slecht gedrag onteert het evangelie, goed gedrag eert het (Titus 2: 5 en 10). Evangelischen mogen geen lage ethische normen hebben.
  2. Stabiliteit: de roep om stevig voor het evangelie te staan. De opdracht stand te houden komt vaak voor (Romeinen 16:25, Efeziërs 6:10), het gaat om standhouden tegen valse leer, verleiding en vervolging. Het is een actuele oproep, het fundament van stabiliteit is de rots van de Heilige Schrift.
  3. Waarheid: de roep om het geloof te verdedigen. Het gaat niet alleen om het verkondigen van het evangelie, maar ook om het verdedigen er ons ernaar gedragen. We moeten het evangelie beargumenteren en met mensen redeneren. Argumenteren en de Heilige Geest staan niet tegenover elkaar, want het is de Geest van de waarheid. Vertrouwen op argumenten (waarheid) is dus niet in tegenspraak met de Geest.
  4. Eenheid: de roep om samen te werken voor het evangelie (Filippenzen 1:27). Dat is niet de eenheid tegen elke prijs (met compromissen over elke fundamentele waarheid) en ook niet de eenheid over elk onderdeel (met afscheiding als men heet niet eens wordt). Het is eenheid in het evangelie. Onze onenigheid en versnippering blijft een van de belangrijkste struikelblokken voor evangelisatie. Er moet meer overeenstemming komen over belangrijke en onbelangrijke zaken. Ook moet het besef bestaan dat als de Schrift ergens niet helemaal duidelijk over is, gezamenlijke studie en gebed nodig is om het te doorgronden. Voor Stott zijn zaken over doop (kinderdoop of volwassenen), avondmaal, kerkbestuur, aanbidding (liturgisch of spontaan), vrouwen (alle bedieningen of niet), eschatologie (opname voor of na de verdrukking) etc. secundair. Primaire zaken zijn die te maken hebben met de persoon en het werk van Christus zoals omschreven in de Apostolische Geloofsbelijdenis, de nadruk op het oppergezag van de Schrift, de verzoeningsdood van Christus, de rechtvaardiging van zondaars uit genade alleen door geloof alleen en de onmisbare bediening van de Heilige Geest. De combinatie van eenheid in primaire waarheiden, vrijheid in secundaire en liefde in alles is gewenst.
  5. Volharding: de roep om te lijden omwille van het evangelie. Het lijden omwille van het evangelie ziet Paulus als een voorrecht (Filippenzen 1:29). Dat is iets anders dan pijn en lijden in het algemeen. Geloof en lijden zijn beide gaven van Gods genade, het is een onderdeel van de christelijke roeping (2 Timotheüs 3:12, Handelingen 5:41, Mattheüs 5:10, 1 Petrus 2:21). Discipelen zijn geroepen het lijden van hun Meester te delen. In het Westen zijn velen niet geroepen veel te lijden, althans niet fysiek. Maar trouw aan het evangelie roept altijd tegenstand op. In andere delen van de wereld is de vervolging echter nog nooit zo hevig geweest.

Nawoord: de uitnemendheid van nederigheid

In zijn nawoord benadrukt Stott dat de hoogste kwaliteit van het evangelische geloof nederigheid is. Evangelischen hebben vaak een andere reputatie: trots, ijdel, arrogant en uit de hoogte. Maar hoe meer de drie personen van de Drie-eenheid verheerlijkt worden, hoe meer de menselijke trots uitgesloten wordt. Mensen zijn afhankelijk van God. God openbaart zich alleen aan diegenen die oprecht en nederig zijn in hun benadering (Mattheüs 11:25). Het Koninkrijk van God kan alleen ontvangen worden als een geschenk, het kan niet verdiend worden (Marcus 10:13-16). Mensen kunnen niet heilig worden zonder Hem (Johannes 15:5).


John Stott - Eenheid, integriteit, trouw. Uitgeverij Novapres, ISBN 978-90-6318-272-4

2 opmerkingen:

Anoniem zei

Wat een uitstekende samenvatting!!
Een goede dienstverlening aan gelovigen!

Keith zei

Je staat bovenaan google met als ik zoek op dit boek. Thanks voor de samenvatting.